wordt een singulier onderdeel van deze webstek. Wat ik hier
wil tonen, is ‘kunst’ die mij vooral intrigeert, en dat
kan om verschillende redenen het geval zijn. Een begin van de
‘collectie’ is er al:
|
|
Dit is een detail van de
sculptuur Wildzang uit 1976 door de IJslands–Nederlandse
kunstenaar Sigurður Guðmundsson,
30 x 30 m. In 1975 bestond Amsterdam zevenhonderd jaar en een jaar daarvoor
kwam het plan voor Wildzang op. Het
werd echter pas in 1976 uitgevoerd: in ‘gestolde’ Morsecode kwam
het gedicht Wildzang door Joost van den Vondel (1587–1679) in
de Bijlmerweide, Amsterdam–Zuidoost, te staan. De Morsetekens werden
uitgevoerd als rijen houten palen. Zij werden ‘leesbaar’ gemaakt
door middel van hoogteverschillen: de hoogste palen kwamen zestig centimeter
boven de grond uit en de laagste dertig centimeter. Doordat ze in de grond
werden geheid, verwezen ze ook naar de omstandigheid dat Amsterdam op palen
is gebouwd. Men heeft in Wildzang
ook een pleidooi voor natuurbehoud en een waarschuwing tegen de toenemende
verstedelijking willen zien. Het kunstwerk zelf is inmiddels
dood: de palen rotten weg en ze raakten door gras overwoekerd. In 1987 werd
besloten om de natuur verder haar gang te laten gaan en het kunstwerk op te
geven, dit met instemming van de kunstenaar. Een voorstudie van Wildzang uit 19741 alsmede een foto van deze zelfde sculptuur in de sneeuw
staan gereproduceerd in: Zsa-Zsa Eyck (ed.), Sigurdur
Gudmundsson, Venlo
1991, pp. 240–241. 1 Potlood op papier, 99,8 x 99,7 cm, collectie Stedelijk Museum,
Amsterdam. |
|
Hiernaast zien we een
kunstwerk uit 1987 door de Duits–Amerikaanse
kunstenares Kiki Smith.
Het heet Ribs en bestaat uit terracotta,
inkt en draad. Afmetingen: 56 x 43 x 25 cm. Wat overblijft
van de menselijke torso lijkt, zoals dat partiële overblijfsel hier is
bevestigd, op een spin. Het is niet duidelijk of we daaraan een
betekenis moeten toekennen, maar de ribben zetten in deze geïsoleerde
presentatie zeker wel tot reflectie aan. Is het thema van dit object misschien
‘kwetsbaarheid’? Dit werk bevindt zich in het Solomon
R. Guggenheim Museum te New York
en is een geschenk van de Peter Norton Family Foundation (nr 93.4241).
U vindt informatie over Kiki Smith
en Ribs door Jennifer
Blessing op een www-pagina van het Guggenheim
Museum. |
|
|
|
Vinden we het kunstwerk
hiernaast alleen wegens de schilderkunstige aspecten mooi? Of is het tevens
de innerlijke schoonheid en kracht die deze vrouw ook lichamelijk uitstraalt
die ons treft? Dit olieverfschilderij op doek heet Ved
havet (‘Bij de zee’) en werd in
1979 door de Deense hyperrealist Niels Strøbeck
(º1944) geschilderd. We kunnen het bewonderen in een prachtig Deens museum:
de Ny Carlsberglyptotek in
Kopenhagen. Hier is het schilderij al heel lang een van de
publieksfavorieten, maar de schilder zelf heeft buiten Denemarken kennelijk
weinig faam verworven. |
|
Fragiel, aandoenlijk,
nauwelijks vatbaar. Uit de eerste eeuw voor Christus dateert dit modelbootje,
gemaakt van flinterdun goud. Het werd in 1896 gevonden in Broighter
bij Lough Foyle, County Derry in Noord-Ierland. Het is 5 cm hoog. Dat dit bootje met z’n Giacometti-dunne mast
en roeiriemen thans in het National Museum of Ireland
in Dublin te zien is, valt onder de categorie kleine wonderen. Alles van
waarde is weerloos, maar dat blijkt niet altijd aanleiding tot wanhoop te hoeven
geven. |
|
|
|
Wat zonlicht kan doen met
sculptuur, dat zien we hier. Het is de Portugese zon, want dit is de toegang
tot de Capelas Imperfeitas, de onvoltooide
kapellen, van het dominicanenklooster Santa Maria
da Vitória in Batalha. Voor
Nederlandse kunsthistorici is de stijl van deze bouwsculptuur weinig
vertrouwd, zoals we überhaupt nauwelijks iets over de Portugese kunst lijken
te weten. Dat is jammer en ten onrechte, hetgeen dit
vastgelegde moment van samenspel tussen zon en steen bewijst. Het Mosteiro Santa Maria in Batalha is het belangrijkste bouwwerk van de Portugese
gotiek. De Capelas Imperfeitas werden uitgevoerd in
de zogeheten Manuelstijl. |
|
Dit zelfportret van de
verfijnde Japanse kunstenaar Hokusai
(1760–1849) werd door hem gemaakt toen hij al oud was. Het is geen
teken van onvermogen dat Hokusai de partijen van
hoofd, handen en voeten heeft herzien en overgeplakt.
In mijn visie is dit het werk van een kritische kunstenaar die weet had van
het onvolmaakte. Die kennis hoeft evenwel niet van
een streven naar perfectie af te houden. Het paradoxale karakter van zo’n ingewijde attitude leidt tot vergroting van
kwaliteit, maar lang niet altijd tot een ‘gepolijst’ kunstwerk.
Misschien is dit type kunstwerken – in Nederland kennen we bijvoorbeeld
van Pyke Koch
corrigerende ingrepen in eigen werk net als hier door Hokusai
– vooral artists’ art,
maar deze suggestie is niet aanmatigend bedoeld. |
|
|
|
Deze ‘wandschildering’
bestaat niet meer. Het was een voorstelling van de opdracht van Maria in de
tempel, ofwel Maria Presentatie, op doek geschilderd door Huib
Luns (1881–1942) en opgeplakt op de apsiswand van de kapel van het klein-seminarie Hageveld, later
(Bisschoppelijk) College Hageveld
te Heemstede. Het was één van de in totaal vier
‘wandschilderingen’ die circa 1933 waren voltooid. Voordat de
door architect Jan Stuyt (1868–1934)
ontworpen kapel van Hageveld definitief werd ontmanteld,
waren de schilderingen door Luns reeds vóór 1967 uit
het priesterkoor verwijderd. Alleen zijn schildering in de koepel van de
voormalige kapel is nog steeds aanwezig. Het is bepaald geen ‘grote kunst’geweest, maar hoe dan ook thans alleen nog
maar jeugdsentiment voor oud-seminaristen. Dat dit kunstwerk zomaar
vernietigd mocht worden, is onbegrijpelijk en rechtvaardigt de opname in dit
virtuele ‘museum’. |
|
Stilleven met twee olieflesjes werd met olieverf geschilderd en meet 66 x 56 cm. Het
schilderij werd omstreeks 1933–1934 gemaakt, maar bleef onvoltooid,
zoals rechtsboven en linksonder goed is te zien. De kunstenaar die dit
stilleven arrangeerde en uitbeeldde, heette Dick Ket (1902–1940) en was door een wankele gezondheid
sterk aan huis gebonden. Zijn nieuwsgierigheid naar het wezen van ‘de
dingen’, welke gepaard ging met een groot schilderkunstig vakmanschap,
maakte dat hij met ‘de dingen’ buitengewoon vertrouwd was en die
vertrouwdheid voortreffelijk in verf kon uitdrukken. Zelden zal men
schilderijen zien die de benaming stilleven
zozeer verdienen als die van Dick Ket. Hij behoort tot de schitterendste kunstenaars die
Nederland heeft voortgebracht. Veel van zijn werk is in het bezit van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, het
voormalige Gemeentemuseum. |
|
|
|
Stop for cows is een
schilderij dat men niet vaak in Museum
Boymans–van Beuningen
in Rotterdam te zien krijgt, hoewel het tot de vaste collectie behoort. Het
is misschien uit de mode. De merkwaardige, maar niet irreële atmosfeer die
dit kunstwerk kenmerkt, is verwant aan die in sommige zogenaamd
magisch–realistische schilderijen. De stijl van schilderen die men
aldus heeft betiteld, heeft uiteenlopende beoefenaren gekend. In Nederland
behoren daartoe Raoul Hynckes,
Dick Ket, Pyke Koch, Johan
Mekkink, Wim Schuhmacher
en Carel Willink. De schilder van dit werk uit 1967
is echter geen Nederlander, maar Alex Colville, een Canadees die in 1920 werd geboren. De
koeien zijn evenwel zwartbonte Friezen. Lopen of
zweven zij? |
|
James Ensor, de Belgische
schilder uit Oostende, die leefde van 1860–1949, moet omstreeks 1896
dit ‘zelfportret’ hebben geschilderd. Als voorbeeld diende een
foto, maar daarop is de schilder gezeten weergegeven. Een ondubbelzinnig memento mori
is Le peintre squelettisé dans l’atelier
zeker niet. Maskers en skeletten zijn geliefde elementen in het werk van Ensor. Staat het skelet volgens Ensor-uitleggers
altijd voor de dood, het masker zou meerdere betekenissen kunnen dragen.Toch lijkt het evident dat het skelet zijn eigen
betekenis steeds kan nuanceren, afhankelijk van hoe Ensor
het in zijn composities toepaste. Dit schilderij werd met olieverf op linnen
geschilderd, meet slechts 37 x 45 cm en behoort tot de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
te Antwerpen. |
|
|
|
De Duits–Amerikaanse
kunstenaar Josephine Meckseper
werd in 1964 geboren in een Duitse plaats met de lieflijke naam Lilienthal. Haar werk is helemaal niet zoet en zeker niet
zonder dubbele bodems. The Saatchi Gallery in Londen
bezit onder andere dit kunstwerk van Meckseper: Pyromaniac 2, een kleurenfotodruk van 101 x 76
cm, daterend uit 2003. Op de webstek van Saatchi
staan grote
woorden over dit werk. Als ikzelf naar deze foto kijk, zie ik iets
anders. Het visuele genoegen dat deze foto bewerkstelligt, gepaard aan een
zweem van surrealisme en een vage herinnering aan de foto’s van Man Ray, staat misschien een juiste duiding in de weg. Maar
wat is in dit geval ‘juist’? |
Copyright ©
2001–2008 C. A. Veelenturf
Deze webstekpagina’s zijn veranderlijk.
Datum van laatste wijziging: 31–3–2008