
Als het gaat over moderne schilderkunst zal met name voor de huidige propedeusestudenten de titel
“Cathedra” een vertrouwde klank hebben.
Dit schilderij uit 1951, dat werd geschilderd door de Amerikaanse kunstenaar Barnett Newman (1905–1970)
en dat zich sinds 1972 in het Stedelijk Museum Amsterdam bevindt, werd als
tweede schilderij van Newman uit het bezit van dit
museum enkele jaren geleden door een gestoorde man zwaar beschadigd. De
perikelen rond de vernieling en restauratie van “Cathedra”
en eerder van “Who’s Afraid
of Red, Yellow and Blue III”,
en de wijze waarop daarover in de pers werd geschreven, vormden dit jaar
materiaal in de propedeusecursus Algemene Communicatieve Vaardigheden I. We
zullen hier eerst kort het geheugen opfrissen.
“Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III” uit 1967–1968, een olieverfschilderij op
doek dat 2.45 x 5.43 m groot is, werd in 1969 door het Stedelijk aangekocht.
Het schilderij is verdeeld in een smalle verticale baan blauw links, een
gigantisch rood vlak in het midden en een verticale, zeer smalle streep geel
uiterst rechts. In 1986 sneed de verwarde museumbezoeker GJvB
met een Stanleymes “Who’s Afraid III” met ferme halen
aan flarden. De daaropvolgende langdurige restauratie van dit schilderij, die
uiteindelijk werd uitgevoerd door de Amerikaan Daniel
Goldreyer, bleek in 1991 een catastrofe te hebben
opgeleverd. In plaats van het rood met penseelstreken te retoucheren, dus in de
door Newman zelf toegepaste techniek, had Goldreyer met de roller het rode vlak van een niet
verwijderbare nieuwe verflaag voorzien. De oorspronkelijke uitstraling van het
schilderij was verdwenen en, wat feitelijk nog erger is, de restauratie was dus
onomkeerbaar. Dit grove schandaal heeft de kunsthistorische gemoederen en de
pers lang beziggehouden.
“Cathedra”
is even groot als “Who’s Afraid III”, maar werd
behalve met olieverf ook met magna, een soort
acrylverf, geschilderd. Het doek heeft een ultramarijn-blauw
beeldvlak, waarin vleugjes rood, geel, groen en zwart te zien zijn, die een
‘gewolkt’ beeld opleveren. Twee verticale strepen, de van Newman bekende zips,
verdelen het vlak in twee vierkanten en een smalle strook rechts. Dit
schilderij moet volgens de maker van dichtbij worden gezien, zodat men als het
ware wordt ondergedompeld in de kleur. Op 21 november 1997 wist dezelfde GJvB zijn Stanleymes in Newmans
“Cathedra” te zetten en maakte daarin
sneden van in totaal meer dan vijftien meter.
Na het debacle van
de restauratie van “Who’s Afraid III” besloot het
Stedelijk om ditmaal niet in dezelfde fouten te vervallen. Aan de procedures
voor de restauratie, het kunsthistorische en materiële onderzoek daarvoor, de
uitvoering daarvan en de begeleiding van alles werden bijzondere aandacht en
behoorlijk veel geld gespendeerd. Op 8 december 2001 was
“Cathedra” eindelijk weer op zaal in het
Stedelijk te zien, als het middelpunt in een tentoonstelling over de
restauratie van dit binnen het oeuvre van Barnett Newman belangrijke schilderij, waarbij ook enkele andere
‘monochrome’ schilderijen uit de eigen collectie worden getoond.
Ofschoon de littekens in “Cathedra” niet geheel konden worden weggepoetst, mogen we stellen dat
het restauratieteam van het Stedelijk een fantastische prestatie heeft
geleverd. Het werk hangt in welhaast volle glorie aan de wand – welhaast,
omdat het Stedelijk Museum een borsthoge transparante sluis in de zaal heeft
opgesteld die de bezoeker van het doek weg houdt, waardoor men niet meer dicht
bij en helaas ook niet recht vóór het schilderij kan komen te staan. Deze
maatregel heeft men met tegenzin genomen, maar de juridische onmogelijkheid om GJvB voortaan uit het museum te weren, noopte daartoe.
Openheid en eerlijkheid ontbraken kennelijk
toen het ging om de restauratie van “Who’s
Afraid III”. Bij
“Cathedra” is dat gelukkig anders gegaan.
De presentatie van de succesvol geopereerde patiënt ging gepaard met de publikatie van het SMA-cahier 24,
Barnett Newman:
Cathedra, een artikel “Rondom Cathedra” in Bulletin Stedelijk Museum Amsterdam
14 (2001) nr 6, en een internationaal symposion
“Barnett Newman
– Cathedra: considering
the restoration of a monochrome painting”,
eveneens op 8 december jongstleden. In deze
vierdelige, toch wel feestelijke presentatie annex verantwoording worden zoveel
mogelijk aspecten van het schilderij en de restauratie uitvoerig belicht.
Uiteraard was de Nijmeegse Opleiding Kunstgeschiedenis & Archeologie op de
druk bezochte bijeenkomst vertegenwoordigd.
Op het symposion kwamen diverse specialisten
aan het woord. Jan van Adrichem van het Stedelijk
sprak over de verwerving van de vier schilderijen die het museum van Newman bezit, waarna drie in de VS werkzame kunsthistorici
– Ann Temkin, Carol Mancusi-Ungaro en Yve-Alain Bois – op de ideeën en het werk van Newman in het algemeen, en op de
kunsttheoretische en technische aspecten daarvan ingingen. Irene Glanzer, één van de drie restauratoren van “Cathedra”, vertelde in een gedetailleerd betoog, dat
ongemeen boeide, hoe de restauratie in zijn werk was gegaan. Twee voordrachten
leken wat minder relevant: een introductie op zijn eigen schilderkunst door de
Engelse ‘monochromist’ Alan Charlton alsmede
een te lang verhaal door Thierry de Duve over de recente oppositie tegen Newmans
werk in Canada, naar aanleiding van de aanschaf van één van diens schilderijen
door een museum, voor een pittige prijs. Erg veel nieuws over Newmans werk kreeg men niet te horen, tenminste
als men het grote boek over de Newyorkse schilder
door H. Rosenberg uit 1978 al eens had gelezen (onze
eigen kunsthistorische bibliotheek bezit er twee exemplaren van), maar
niettemin was het een welbestede, informatieve dag.
Voor de geïnteresseerde die het symposion
niet heeft bijgewoond, is het genoemde SMA-cahier 24 Barnett Newman: Cathedra aanbevolen lectuur. Voorzien van schitterende
foto’s, ook van “Cathedra” in zwaar
verminkte toestand en tijdens de restauratie, biedt het prettig ogende en zeer
lezenswaardige boekje een beknopte, maar degelijke inleiding door Margreeth Soeting op Newmans schilderijen en natuurlijk vooral op “Cathedra”. Elisabeth
Bracht, Irene Glanzer en Louise
Wijnberg – de drie restauratoren – geven samen met Van Adrichem een goed geschreven rapport over hun jarenlange
arbeid aan het doek, welk reddingswerk voor hen tot de moeilijkste opgaven uit
hun praktijk behoorde. Het is alleen met diepe bewondering dat men dit verslag
van inventief, verantwoord, minutieus en uiterst geduldig werken kan lezen. Dit
boekwerkje zal in onze Nijmeegse kunsthistorische bibliotheek worden opgenomen,
zodat alle studenten er ook na de documentaire tentoonstelling in het Stedelijk
Museum Amsterdam – tot 10 februari 2002 – kennis van kunnen nemen.
Ook al mogen de omstandigheden waaronder “Cathedra”
moet worden bezichtigd niet optimaal zijn, de huidige bijzondere expositie is
het alleen wegens het restauratieresultaat reeds waard
door velen te worden gezien. Snel dus naar Amsterdam!
Kees Veelenturf, 21–12–2001
Deze tekst werd geschreven op verzoek d.d.
20–12–2001 van de redactie van de Nieuwsbrief van de
Organisatie Studenten Kunstgeschiedenis van de Katholieke Universiteit
Nijmegen. Na inlevering van de kopij is hierover nooit meer iets vernomen.
Copyright ©
2001–2008 C. A. Veelenturf
Deze webstekpagina’s zijn veranderlijk.
Datum van laatste wijziging: 11–8–2008